135mm Blog

Recente foto's met leuke verhalen, weetjes en anektdotes

De wereld verbeteren

Dit artikel werd geschreven door Roeland op Tuesday, 4 January, 2011

Buiten is het koud en donker. Binnen is het lekker warm, gezellig, comfortabel en… ook donker. Kortom, het seizoen van de onderbelichte of, erger nog, de “platgeflitste” foto’s is weer volop aan de gang. Geef toe, als je ze nog niet zelf gemaakt hebt, heb je ze op zijn minst al tot vervelens toe gezien: die oh zo flatterende foto’s waar we lijkbleek op staan, met rode oogjes waaronder de wallen extra goed geaccentueerd worden en met als kers op de taart een knoert van een schaduw op de achtergrond. Om dan nog maar te zwijgen van de toestand waarin we ons bevonden, maar dat is een ander verhaal, want laat het duidelijk zijn: we gaan even de technische toer op!

Het kerstverhaal indachtig vond ik namelijk dat het tijd werd om een goeie daad te stellen: bij deze doe ik een ultieme poging om die vreselijke kiekjes voor altijd naar de eeuwige binaire jachtvelden te verbannen. Bij deze dus wat tips om fotografisch door de feestperiode te geraken!

Tip 1: Flitsen is een noodzakelijk kwaad. Eigenlijk is dat niet helemaal waar (verre van zelfs eigenlijk), maar als “huis- tuin- en keukenfotograaf” vind ik dat je toch beter van die regel uitgaat. Wat bedoel ik daarmee? Eenvoudig: probeer zo veel mogelijk het gebruik van de flits te vermijden. Als er te weinig licht is, zijn er vaak alternatieven voor het gebruik van de flits. Eerst en vooral is er de ISO-waarde. Zet je die te hoog, dan gaat er wellicht veel detail in de foto verloren door beeldruis, maar de hedendaagse toestellen gaan vaak moeiteloos tot 800 ISO zonder al te veel kwaliteitsverlies. Ten tweede is er de sluitertijd. Hoewel je moet oppassen voor bewegingsonscherpte, kan je sluitertijd misschien wel wat trager om op die manier meer van het omgevingslicht te gebruiken. En dan is er ook nog de lensopening of diafragma. Aarzel niet om die in donkere omstandigheden helemaal open te draaien. Addertje onder het gras is dan de geringe scherptediepte, maar toch kan dit in veel gevallen het gebruik van de flits vermijden. Over al deze factoren wijd ik trouwens wat verder uit in dit artikel over “fotografie op feestjes”…

Tip 2: als je flitst, doe het dan subtiel. Anders gezegd: verblind je onderwerp niet met een lichtflits die aan een nucleaire explosie doet denken, maar wees zuinig met die fotonen! Hoe doe je dit? Wel eigenlijk door de dingen van tip 1 toe te passen: hogere ISO, langere sluitertijd en grotere lensopening. Op die manier neem je zo veel mogelijk omgevingslicht mee en moet er dus minder licht “toegevoegd” worden door de flits. Op die manier blijft niet alleen de sfeer van het moment behouden, maar spaar je ook de batterijen van je flits (of camera) wat vaak mooi meegenomen is.

Tip 3: leer biljart (of pool,…). Slaaptekort Van de Velde? Ja inderdaad, maar toch is dit goede raad die perfect past in het kader van dit artikel. Wat ik bedoel is heel eenvoudig. Denk niet dat het licht altijd rechtstreeks, dus zonder omweg, van je flits naar je onderwerp moet reizen, want dat is niet waar. Je kan het licht namelijk perfect doen weerkaatsen van quasi alle oppervlakken, net zoals je doet met bijvoorbeeld… een biljartbal. Schiet je die bal op de band onder een hoek van bijvoorbeeld 45°, dan zal hij de band ook verlaten onder een hoek van 45°. Met licht is dat net hetzelfde. Richt je de flitser naar een muur onder een hoek van 45°, dan weerkaatst het ook van die muur onder dezelfde hoek. Maar wat is daarvan dan het voordeel? Je flits zal namelijk harder moeten flitsen want de weg naar het onderwerp is langer… Wel, om lelijk, hard flitslicht met lelijke schaduwen te vermijden, moet je dat licht “verzachten”, diffuser maken. Nu is het zo dat licht zachter wordt naarmate de lichtbron groter wordt ten opzichte van je onderwerp. Niet voor niets vind je in een studio altijd grote softboxen, flitsparaplu’s,… Door nu je flits naar een plafond of muur te richten, wordt je lichtbron zo groot als … een plafond of een muur. En door die toegenomen relatieve grootte van de lichtbron, wordt ook de lichtkwaliteit veel mooier: zachte schaduwen, mooier verspreid licht en ook de achtergrond wordt mooi mee opgelicht, waar die vroeger eerder leek op een zwarte leegte die beter thuis is in de verste uithoeken van het universum. Het flitslicht laten weerkaatsen, of “bouncen” is dus DE manier om je flitsfoto’s te verbeteren. Als ik een flits moet gebruiken, dan ben ik constant aan het zoeken naar witte plafonds, muren, tafelkleed,… Want vergis je niet: alle oppervlakken zijn goed om tegen te bouncen, zolang ze maar neutraal gekleurd zijn. Want licht dat weerkaatst tegen een groene muur wordt… groen. En je suikertante groen doen kleuren op je foto’s is wellicht geen goeie zet net voor cadeautjestijd… Maar dingen zoals het witte hemd van iemand net buiten de foto, kan je perfect gebruiken om wat licht van te weerkaatsen. Werkelijk ALLES is beter dan rechtstreeks flitslicht! Om dit wat te illustreren hieronder enkele foto’s. De eerste foto werd rechttoe rechtaan gemaakt: flits op volle kracht vooruit. Recht vooruit dus, zonder omweg…

Voorbeeld van rechtstreeks flitslicht

In alle bescheidenheid: onze Corneel komt wel weg met wat minder mooi licht, maar echt flatterend kan je dit niet noemen. Plat, lelijke en storende schaduw op de achtergrond. Voor verbetering vatbaar dus… Volgende foto is gemaakt door het licht te bouncen via het plafond en door sluitertijd, diafragma en ISO aan te passen om meer omgevingslicht mee te nemen in de opname…

Voorbeeld onrechtstreeks flitslicht via plafond

Je hoeft niet meteen een expert te zijn of superkritisch om te zien dat dit een wereld van verschil is: het licht is zachter, geen storende schaduwen meer,… Hoewel ik hierbij mijn principes hoop te verduidelijken, geef ik toe dat er nog verbetering mogelijk is voor de puristen. Door het licht te bouncen via het plafond kan het namelijk gebeuren dat de oogkassen wat te donker worden en dat er “geen licht” in de ogen zit. Het licht komt nu immers helemaal van boven, wat voor, zij het zachte, maar toch storende schaduw kan zorgen. Dit kan je echter verhelpen door achter je flits gewoon een wit kaartje te plaatsen. Je kan dat gewoon met een elastiekje rond je flits maken als het niet ingebouwd is… Dit wit kaartje zal een heel klein deel van het flitslicht toch rechtstreeks op je onderwerp gooien, net genoeg om die donkere ogen wat op te lichten. Ofwel bounce je tegen een muur in plaats van het plafond. En dat is wat ik deed in deze laatste foto…

Voorbeeld van onrechtstreeks flitslicht via de muur

Hoewel deze tips het best toepasbaar zijn voor mensen met een reflexcamera en losse flitser, heb je ook met een compactcamera en ingebouwde flitser baat bij deze principes. Tip 1 en 2 staan grotendeels los van het materiaal, maar ook tip 3 kan je wat helpen. Vergeet niet dat je ook het flitslicht van je compactje vaak wat kan bijsturen met pakweg een wit blad papier. Want vergeet niet: hoe groter de lichtbron hoe beter. En alle beetjes helpen…

Dus vanaf nu maakt iedereen de mooiste flitsfoto’s van de suikertante, waardoor de eindejaarsfooien drastisch zullen stijgen uiteraard. Vergeet op dat moment natuurlijk niet van wie je deze tips gekregen hebt!

Succes,

Yours truly!

0
Reacties afgesloten